
“In de nasleep van de aanslag op de Koninklijke familie werd er in de media veel gesproken over het ‘copy cat effect’. De veiligheidsdiensten hielden en houden serieus rekening met vergelijkbare daden die geïnspireerd zouden zijn door het gebeuren in Apeldoorn. Dergelijke discussies laaien periodiek op rondom geweld op TV en in games.
Wanneer we elkaar ontmoeten delen we gevoelens en bedoeling. We zijn nauw met elkaar verbonden op een fundamenteel onbewust niveau. Dit gegeven werd uiteraard al langer vermoed in al dan niet semi-religieuze en spirituele gremia. Echter sinds kort is er wetenschappelijk bewijs voor dat we in ons eigen handelen vooral gedreven worden door juist de gedragen van anderen. Marco Laboni heeft deze theorie toegankelijk gemaakt in zijn boek Mirroring People. Lacoboni is neuroloog en neurowetenschapper aan de University of California in Los Angeles. Al jaren is hij betrokken bij onderzoek naar hoe inlevingsvermogen, imitatiegedrag en mogelijk ook de manipulatie van dat gedrag tot stand komen in de hersenen. Dit principe noemt hij het spiegelende brein.
De associatie met Neuro-linguistic programmeren (NLP) ligt voor de hand, maar het zijn twee totaal verschillende principes. Waar NLP op zijn best als min of meer acceptabel pyschologisch concept gezien kan worden, is het werk zoals Lacobini het beschrijft geworteld in de neurowetenschap. Het spiegelende brein wordt gevormd door zogenoemde ‘spiegelneuronen’. Slimme cellen die ons in staat stellen ons te spiegelen met anderen. Deze cellen ontwikkelen zich al heel vroeg. Ergens in de eerste maanden van zijn leven, soms al na een paar weken, maakt elke baby geheel toevallig een gezichtsuitdrukking die de verzorgers denken te herkennen als een lach. Blij als ze zijn, lachen ze verrukt terug en knuffelen het kindje nog wat extra. De baby ervaart dat als prettig en gaat de mimiek vaker herhalen (lijkt op lachen), verzorgers lachen terug, etc, etc. De eerste reeks van spiegelneuronen is geboren.
Lacobini is in staat geweest om de activiteit van deze spiegelneuronen te meten direct in de hersenen. Een van zijn ontdekkingen is het feit dat neurologische prikkels los (kunnen) staan van de fysieke ervaring. Wanneer een profepersoon een video getoond wordt waarbij iemand iets op zijn hand laat vallen, dan reageren de spiegelneuronen op twee manieren. Allereerst is er een signaal waarneembaar als aanzet tot het bewegen van de eigen hand (wegtrekken) en er is een signaal meetbaar die aanzet tot pijn beleving. Als de video iemand toont die we kennen dan worden de signalen sterker en leidt het vaak tot echt fysiek ook zelf de hand wegtrekken om het buiten het denkbeeldige gevaar te brengen of in sommige gevallen zelfs tot het zelf ervaren van pijn.
Lacobini concludeert o.a. dat we op ons diepste cognitieve niveau onze ervaringen, emoties en gedragen in belangrijke mate koppelen of beter gezegd speigelen aan anderen. Extra prikkelend maakt Lacobini het door deze conclusie te verbinden aan het concept ‘vrije wil’. Hij voert diverse, overtuigende, voorbeelden op van leren, taalverwerving, verslavingen en zelfs politieke voorkeur waarbij het genetisch verankerde spiegelgedrag onbewust prevaleert boven de eigen keuze. Hierbij maakt hij, in navolging op Cialdini met zijn boek Influence, een uitstapje naar wat hij noemt de ‘neuromarketing’. Overigens weer een concept dat in veel meer praktische zin is uitgewerkt door Martin Lindstrom in zijn boek Brand Sense.
Lichte kost is het zeker niet. Waar de voorbeelden buitengewoon prikkelt zijn, is de theoretische onderbouwing lang niet altijd even boeiend. Een boek om er zo nu en dan weer eens opnieuw bij te pakken.”
Share this Post[?]




