De leider van de toekomst is een 'manager van passie'

Eerder schreef ik al dat goede leiders hun werknemers stimuleren door hen en hun vakmanschap voortdurend in de spotlights te zetten, maar excellente leiders zorgen voor een structuur waarin professionals dit zelf kunnen doen. Professionals zullen namelijk zelf kiezen met wie ze willen werken en daarmee ook de spotlights al dan niet op elkaar richten. Het is niet zo dat de leider in deze situatie geen rol meer heeft: de aanspraak op het leiderschap wordt wellicht juist sterker dan in traditionele organisaties. Een van de obstakels die zich namelijk al snel kan aandienen, is het feit dat sommige medewerkers niet voldoende zichtbaar kunnen maken wat de kern van hun vakmanschap is. Om die kern te kunnen vinden, moet een professional de ruimte krijgen om daar onderzoek naar te doen; tijd om zich te verdiepen in zijn of haar professionele passie. Het is niet voor niets dat organisaties zoals Google en 3M hun medewerkers 20 procent van hun werktijd ‘cadeau doen’; medewerkers krijgen zo de kans om zich op hun specifieke aandachtsveld verder te ontwikkelen.Een dergelijke focus zien we ook bij JetBlue. Deze luchtvaartmaatschappij is in korte tijd bijzonder snel gegroeid, maar daarmee onderscheidt het bedrijf zich nog niet van andere goedkope luchtvaartmaatschappijen. Een van hun kerndoelen is echter om de ‘menselijke maat’ terug te brengen in de luchtvaart. Om te beginnen ziet JetBlue zichzelf niet als een luchtvaartbedrijf dat personen en vracht van A naar B verplaatst, maar als een customer service-onderneming. Dat ze vliegtuigen vliegen is daar slechts een onderdeel van. Verder gaan ze ervan uit dat niet het bedrijf de eigenaar is van het merk en de cultuur, maar de medewerkers. Iedereen draagt persoonlijk zijn eigen stukje bij en is dus mede-eigenaar. Sociale media spelen een belangrijke rol om het eigenaarschap te vergroten. Op een intern blog wordt bijvoorbeeld onderling besproken waarom men in dienst is gekomen bij JetBlue: ‘Je vertelt mensen niet wat passie is, je laat het elkaar zien.’