Gij zult ondernemen; maar het moet niet te gek worden

Toen ik nog voor leiderschapsinstituut de Baak werkte, vertelde ik eens in een workshop met een 15-tal jonge, talentvolle ondernemers uit familiebedrijven over een programma genaamd: ‘Ondernemen bij de overheid’. De reacties waren op zijn zachts gezegd sceptisch. Deze ondernemers, waar het ondernemersbloed soms al zeven generaties door de aderen stroomde, zagen ondernemerschap niet als een te ontwikkelen competentie, maar als een aangeboren, en in hun geval, erfelijke eigenschap. In menig boardroom of directieoverleg heeft echter Ondernemerschap als een waar 'buzz' woord zijn intreden gedaan. Natuurlijk draait het al sinds mensenheugenis om ondernemerschap. Geen bedrijf zonder ondernemerschap; de bloedbaan in het anders levensloze organisme. Wat een nieuwe ontwikkeling is, is het feit dat ondernemerschap wordt gezien als een van de te ontwikkelen competenties bij medewerkers. Ondernemerschap blijkt in de management development programma’'s van corporate Nederland een belangrijke plaats te gaan innemen. Aangeboren of aan te leren, veel bedrijven realiseren zich onvoldoende welke impact medewerkers met ‘verrijkte’ competenties hebben op de totale onderneming. Juist daar gaat het natuurlijk vaak mis. Men wil ondernemende medewerkers, maar de cultuur staat vaak haaks op deze ambitie. In menig bedrijf wordt elke ondernemende ambitie gesmoord in budgetten, salarisschalen, hi«rarchisch geharrewar en wat al niet meer zij. Mij is in loondienst een aantal malen gevraagd om, zoals dat mooi heet, intern te ondernemen. Mijn wedervraag of daar dan bij gebleken succes ook een (bescheiden) aandeel in het bedrijf of de business unit tegenover stond, werd altijd met een glimlach beantwoord, nooit met het gevraagde. Maar ja, echte ondernemers vragen dan ook niet of ze 'mogen' ondernemen die beginnen gewoon. Photo credit: http://www.flickr.com/photos/tinfoilraccoon/197640807/