Een andere carrierecurve

Een gezelschap van managers en directeuren van een bank vroeg mij eens hoe organisaties er over vijftien jaar uit zouden zien. Ik tekende voor hen twee grafieken, ieder met dezelfde waarden: op de ene as het functieniveau en op de andere as de leeftijd. In de eerste grafiek tekende ik de standaardontwikkeling van een manager: laag beginnend (als broekie die het bedrijf binnenkomt) en op een hoog functieniveau eindigend (op de leeftijd van 55   60 jaar). Dit beeld werd met een licht instemmend gemompel begroet. In de tweede grafiek tekende ik mijn visie op managementontwikkeling binnen bedrijven in de komende vijftien jaar: een bult. De jonge werknemer begint wederom laag, maar bereikt zijn hoogtepunt zo tussen de 35 en 45 jaar. Vervolgens buigt de curve langzaam weer naar beneden, tot de pensioengerechtigde leeftijd is bereikt. De tweede tekening leidde tot het nodige rumoer. Toch is het geen onlogische insteek: jonge mensen, die net beginnen met werken, hebben vaak nog veel te leren, daarom beginnen ze "lager" in de organisatie. Dat is altijd zo geweest en dat zal ook in de toekomst zo zijn: jonge professionals hebben ook vandaag de dag nog veel te leren. Maar omdat deze jongeren opgegroeid zijn met internet en sociale media, zijn ze op veel gebieden verder dan menig senior professional in de organisatie. We zullen zien dat jonge professionals sneller grote verantwoordelijkheden zullen krijgen, vooral als straks vanwege het afvloeien van de babyboomers het tekort aan talent echt nijpend gaat worden. De fysieke en mentale top van mensen ligt ongeveer tussen de 35 en 45 jaar. Daarbij hebben veel mensen rond die leeftijd de zwaarste financi«le lasten (in verband met een nog niet afbetaalde hypotheek en de kosten van jonge of schoolgaande kinderen). Veel mensen willen in die periode van hun leven dus goed verdienen. Het is dan ook logisch dat men juist dan de zwaarste verantwoordelijkheid draagt. Vanaf een leeftijd van 45,50 jaar neemt bij de meeste mensen de noodzaak om veel te verdienen geleidelijk af, bovendien worden ze steeds minder fit. Waarom zou men dan ook niet tegelijk afstand nemen van een leiderschapspositie? Men kan zich dan bijvoorbeeld meer gaan richten op het coachen van (jonge) professionals of het op een andere manier overdragen van hun kennis?